Bluesgate
HOME | INTERVIEWS | WORKBENCH | ARCHIVES | PIGNOSE LINKS | INFO
Interview Willem Swikker

WORKBENCH | WILLEM SWIKKER - Passie voor 'vergeten' Hammond's en Leslie's

Tekst: Jan Blaauw

Willem Swikker. Al sinds het begin van de zeventiger jaren is deze toetsenist actief binnen de muziek. Hij maakte door de jaren heen deel uit van Gamma, componeerde en speelde op het succesvolle Gamma album Aurora Boralis, verkende de blues in The Booze and Blues Band, speelde in Hot Bolshevik - compleet met tour door Rusland en Georgië - en speelde zes jaar met Jan Akkerman - inclusief medewerking aan diens album Puccini's Café.

Modern

Willem Swikker speelt tegenwoordig nog wel on stage, onder andere met Johnny Laporte in de bluesband Johnny Laporte LIVE en onlangs nog met een muziekproject op De Parade, maar heeft zich de laatste jaren weer meer toegelegd op lesgeven.

De instrumenten waarop Willem heeft gespeeld zijn altijd modern geweest. Naast de bekende Fender Rhodes, schafte Willem als één van de eerste toetsenisten in Nederland een Moog aan, heeft hij een aantal jaren live op een electrische Yamaha vleugel gespeeld en bezat hij al snel na de introductie, de legendarische Yamaha DX7. "Kwestie van drie maanden mijn huur niet betalen" begint Willem. "Dat kon toen nog. Had ik voldoende geld bij elkaar gesprokkeld om de DX7 te kopen."

Samples

Niet lang daarna kocht hij de Akai S900. "Dat was eigenlijk de eerste professionele sample machine op de markt. Hij werd veel gebruikt in studio's maar live zag je er bijna niemand mee. Ik heb er live altijd mee opgetreden. Je moest wel gestructureerd spelen. Ik had een aparte bak met floppy drives in de volgorde van het reportoire. Terwijl we het ene nummer aan het spelen waren moest ik de soundsample voor het andere nummer al inladen. Dat duurde namelijk altijd even. Ook het bewerken en opnemen van geluidssamples kende toen nog zijn beperkingen. "De sampletijd was ongeveer elf seconden. Je moest je samples in stukken knippen en aan elkaar plakken om een loop te kunnen krijgen waarmee je vijf of zes verschillende geluiden kon afspelen. State of the art, toen, maar ik ben blij dat ik er nu vanaf ben."

Willem Swikker

Keuze voor Hammond

"Ik was als pianist dat gedoe met die combinatieschema's, geluidswisselingen en noem maar op, helemaal zat. Als je covers speelt van verschillende bands met karakteristieke geluiden en effecten schakel je je tijdens live optredens helemaal wezenloos. Je bent alleen maar aan het programmeren. Je komt niet in je spel. Daarbij had ik ontdekt dat wanneer ik met een Hammond in een band speelde, ik alle sfeerbepalende stemmingen uit dat apparaat kon halen zonder al teveel gedoe. Lange tonen, korte tonen, aggressief of funky spelen, soleren, vioolachtige partijen, accoorden, dat kon je uitstekend met een Hammond opvangen. En... het klinkt altijd goed. Ik vond en vind het een verademing. Je kiest je drawbar setting en als je boven de band wilt uitkomen tijdens een solo trap je het volumepedaal in. Je kunt je registers snel aanpassen om het geluid te veranderen en blijft het altijd herkenbaar als een Hammond. Het is een instrument waarmee je in elke muziekstijl uit de voeten kunt."

Willem Swikker heeft relatief laat de overstap naar Hammond orgels en Leslie boxen gemaakt. Daar zijn meerdere redenen voor. Willem hierover: "Eind jaren zestig was de voordeligste Hammond, een L model, duurder dan een nieuwe lelijke eend. In combinatie met een Leslie moest je dus ook een grote auto hebben voor het vervoer en je sleepte je eigen een breuk. Kortom, je kon het je alleen veroorloven als je in een grote band speelde. Daarbij waren ze ook niet geconstrueerd om mee te touren. Je plaatste een Hammond orgel in een kerk of bij je thuis maar je ging er niet mee on the road. Keith Emerson, van Emerson, Lake and Palmer gebruikte een L100 op het podium om af te raggen en had er nog twee om te kunnen wisselen. Dus de ene avond hielp hij een L100 de vernieling in, de andere dag werd het apparaat gerepareerd terwijl hij op een back up L100 speelde. Keith had ook een Hammond C3, hetzelfde model waar Jon Lord van Deep Purple mee speelde. Maar daar was hij heel voorzichtig mee en die bleef het ook altijd doen."

Toonwielgeneratoren

Tot 1974 werden Hammond orgels gebouwd op basis van het toonwiel principe. Dit zijn dan ook de Hammonds waar Willem zijn belangstelling naar uit gaat. "De toonwielgenerator is je geluidsopwekking. Je hebt bijvoorbeeld twee toonwieltjes die op een as zijn geplaatst. En die toonwieltjes genereren een stroompje wat door een pickup wordt opgevangen. En die wekt een sinustoontje op. De toonwielgenerator is dus gevuld met toonwielen. Per compartinent zitten twee toonwielen, een hoge en een lage, die drie octaven van elkaar verwijderd zitten. Het signaal wat die toonwielen afgeven gaan interfereren met elkaar, en zo gaat dat in de gehele toonwielgenerator per compartinent. Er is geen sinustoon hetzelfde. Ondanks dat er condensators zijn toegepast om die interferentie weg te filteren 'lekt' er toch wat signaal weg. Met als gevolg dat wat 'grunzige' geluid."

Leslie boxen

Roep je Hammond orgel dan denk je daarbij als vanzelf aan een Leslie box. De twee zijn, zeker in een live opstelling, onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Maar Hammond wilde helemaal niets van Leslie weten. Don Leslie had in 1937 een Hammond A model gekocht. Bij hem thuis viel het geluid hem echter tegen. Hij miste de ruimtelijke sound en probeerde het ruimtelijke geluid van een kerkorgel te benaderen door een roterende hoorn en een roterende bas speaker te combineren in één box. De bekende Leslie box. Hij bood zijn uitvinding aan aan Hammond maar die weigerde om samen te werken. Zij ontwikkelden liever zelf een kabinet. Hammond dealers werd verboden om Leslie boxen te verkopen. Don Leslie ging daarom zelf verder met de productie van zijn box en bouwde zijn bedrijf flink uit.

Willem Swikker

Restaureren en innoveren

Willem speelde al op een Hammond X5 toen hij in 2001 werd getipt over een Hammond met Leslie box die in een opslagruimte stof stond te happen. Ooit neergezet om gerepareerd te worden was het apparaat in de vergetelheid geraakt. "Ik heb contact gelegd met de eigenaar van het apparaat en vertelde dat ik wel belangstelling had. Tweehonderdvijftig gulden wilde hij er voor hebben. Op mijn opmerking dat de helft maar werkte kwamen we uit op honderdvijfentwintig gulden!"

Zo kreeg Willem Swikker een Hammond B200 in zijn bezit waarmee hij nog steeds speelt. En hoewel de Leslie box die erbij zat een vod was heeft dat apparaat nog drie jaar meegedraaid. "Ik kwam er achter dat er eigenlijk veel betere Leslie's waren. Dus ben ik mij er serieus in gaan verdiepen en van het een kwam het ander."

De techniek van een Hammond orgel lijkt ingewikkeld maar valt best mee. Met twee linkerhanden moet je uit de buurt blijven maar je hoeft geen diep ingevoerde techneut te zijn om aan een Hammond of Leslie te sleutelen. "Ik heb een boek over Hammond orgels geschreven door Mark Vail. Deze schrijver laat oud medewerkers en ontwikkelaars van Hammond aan het woord. Zij vertellen over de overzichtelijke techniek waaruit een Hammond orgel is opgebouwd."

"Mocht je een Hammond willen restaureren zorg dan tenminste dat je er twee aanschaft. Voor reserve onderdelen. Met name voor bijvoorbeeld de toetsen. Die worden niet meer gemaakt. Maar buizen, elco's, weerstandjes etc. die zijn volop te krijgen. En in tegenstelling tot al het moderne spul wat tegenwoordig wordt gemaakt heb ik bij mijn Hammonds - de oudste van Willem komt uit negenenveertig - alles nog los weten te krijgen tijdens de restauraties. Alle componenten zijn gangbaar, schroefjes laten zich na reiniging makkelijk losdraaien. Dat op zich is erg prettig want alles is gebaseerd op Amerikaanse maten. Iets om rekening mee te houden wanneer jezelf een Hammond en/ of Leslie wilt opknappen. En als ik er niet uitkom of zeker wil weten hoe ik iets het beste kan oplossen dan neem ik contact op met Sjaak van Oosterhout. Dat is dé Hammond goeroe van Nederland."

Willem restaureert omdat hij met de apparatuur wil spelen. "Ik ben geen purist in de zin dat ik alles exact restaureer zoals het ooit gebouwd is. De Leslie boxen bijvoorbeeld. De HL 722 en HL 822 series zijn ontwikkeld om live mee te spelen. Maar die wegen veel te zwaar om in je eentje te tillen. Ja, je kan ze kantelen om in te laden maar daar kan een Leslie box niet tegen. De motorophanging, de veren en snaren worden dan verkeerd belast. Met als gevolg dat de boel stuk gaat. Ik heb mijn kasten doorgezaagd. Veel handzamer, de gedeeltes blijven tijdens transport rechtop staan en voor het geluid maakt het, in elkaar gezet, geen verschil. Of ik bouw de kast zelf op. Het binnenwerk blijft dan origineel maar ik kan wel veel gewicht besparen. Ook mijn Hammond L100 heb ik hanteerbaarder gemaakt door de toonwiel generator apart te plaatsen, los van het toetsenbord."

Het feit dat Willem Swikker oude Hammonds en Leslie's opknapt leverde hem ook, via gitarist Aart Martin, een uiterst populaire buizen Leslie 147 op. "Ook die heb ik volledig gestript, opgeknapt en weer opgebouwd. Dat geeft echt een kick om daar live mee te spelen. Je kent elke schroef, snaar, motor en speaker en... het werkt! En mocht ik tijdens optreden aanlopen tegen een mankement, gebeurt bijna nooit, dan kan ik via wat kunst en vliegwerk de boel toch aan de praat houden."

Willem Swikker

Gewichtsbesparing

"Bepaalde modellen Leslie boxen zijn in de jaren tachtig ontwikkeld om stereo orgels te versterken. Dan had je niet roterende speakers voor het drum of bas geluid en roterende speakers voor je orgel geluid. Maar als je live wilt spelen met zo'n box heb je daar helemaal niets aan. Met vier speakersystemen in één box zijn ze dan bovendien helemaal niet meer te tillen. Die bouw ik dan om zodat ik weer de gebruikelijke opstelling krijg. Een vijftien inch speaker voor het laag en de hoorn voor het hoog. Dus een stuk lichter in gewicht maar wel in de originele 'huiskamerkast'."

Oud en nieuw

Willem wilde altijd al een 'dikke' Hammond hebben. Eén met twee maal vijf octaven, B3 style of een C3 of een A100. Eigenlijk de Hammonds die zeer populair zijn. "Zo kwam ik de CV tegen uit negenenveertig. Helemaal compleet inclusief voetpedalen. De prijs viel mee maar de uitdaging zat hem in het weer werkend krijgen. Ik vind het zonde dat zulke prachtige instrumenten, die ik vroeger niet kon betalen, nu als oud vuil staan te verstoffen. En het opknappen vind ik een uitdaging."

"Natuurlijk speelt het wel eens door mijn hoofd om een ultra moderne Hammond Suzuki XK3 samen met een nagelnieuwe Leslie aan te schaffen. Dan ben ik in totaal drieenzestighonderd euro achter de wagen. Zit ik opgezadeld met een Leslie box waarvan de rotor is gemaakt van piepschuim en een hoop mechanische bijgeluiden. Dan steek ik liever geld in een opknapper. Kost me wel een paar maanden tijd maar dan heb ik wel het geluid zoals ik het graag wil."

Naast een gestaag groeiende collectie wordt Willem Swikker ook speciaal gevraagd vanwege zijn Hammond's om te spelen. "De sound is nooit helemaal weggeweest maar de belangstelling voor het geluid en de sound van een Hammond in combinatie met een Leslie is de laatste jaren alleen maar toegenomen. Ben ik op mijn negenenvijftigste toch weer modern!"

19x19
blackpixel
19x19
Willem Swikker
19x19
   
white line

© 2018 De Rijdende Slager - Bluesgate | All logos are used with permission of the performing musicians | Webdesign Lackthose Brothers