Bluesgate
HOME | INTERVIEWS | WORKBENCH | ARCHIVES | PIGNOSE LINKS | INFO
Interview Tony

INTERVIEW | Tony Spinner - Gitarist met een heldere visie

Tekst: Jan Blaauw

Voorzichtig wordt de handbagage uitgepakt. Twee kleine transparante plastic cilinders komen te voorschijn. Zorgvuldig wordt de folie verwijderd. Met een tevreden gezicht haalt Tony Spinner de inhoud te voorschijn. Twee glazen flesjes. Eén helder exemplaar en een groen, kleiner model. Tot zijn opluchting hebben zijn bottlenecks de vliegreis overleefd.

Voorbereiding

“They're hard to come by man. And they're expensive too! Prices run up to a hundred dollars per bottle.” We spreken begin april wanneer dit tafereel zich afspeelt in de Trinix Studio in Arnhem. Tony is een dag eerder uit de States overgevlogen naar Nederland en staat aan het begin van een Europese tour met de Tony Spinner Band. De tour, samen met drummer Alex Steier en bassist Michel Mulder, brengt hem in een razend tempo op veel podia dwars door Europa. En Tony kijkt ernaar uit.

Plannen voor een ontmoeting ontstonden een jaar eerder. Jan Deken (bluesliefhebber én podium-entrepeneur) stelde mij voor aan Tony Spinner. Een energieke verschijning, net de vijftig gepasseerd en uiterst ontspannen. Iemand die je aankijkt wanneer je met hem praat en oprecht luistert. Een man met een interessant muzikaal verleden en heden en een heldere kijk op de wereld om hem heen.

“Die glazen flesjes zijn helemaal het einde. Ze resoneren mooier bij het slide bespelen van mijn snaren” legt Tony uit. “Wanneer ik een toon van laag naar hoog speel levert het glazen flesje een toon op die precies het tegenovergestelde klankbeeld geeft. Met name in de wat subtielere nummers geeft dat een mooi sfeervol geluid. Mijn ijzeren bottleneck heeft dat effect niet, die gebruik ik voor de stukken die steviger zijn.”

De middag wordt verder besteed aan het checken van de versterkers, gitaren en het doornemen van het repertoire en tourschema. Zes weken later spreken we elkaar weer. Tijdens het laatste optreden in Nederland. Een groot gedeelte van de tour is dan al achter de rug, maar de band reist voor de afsluitende optredens nog naar Duitsland en Zwitserland.

Onafhankelijk

Tony Spinner werkt het liefst onafhankelijk en in alle vrijheid. Hij hekelt over het algemeen endorsements. “Iedere keer als je iets gebruikt wat je ‘aangeboden’ krijgt denkt men dat je bij hun in het krijt staat. En daar hou ik niet van. Ik moet kunnen doen wat ik wil. Ik ben mijn eigen baas. Vroeger besefte ik dat niet. Dat wanneer je iets kreeg, er een prijskaartje aan vast zat. Maar terugkijkend begon het al op school. Had je een keer een meisje gezoend dan was je meteen ‘haar vriend’. Later leende je bijvoorbeeld van een kennis een auto, maar dan moest daar wel iets tegenover staan.”

“Hetzelfde geldt voor mensen die hun instrumenten aanbieden. Die willen dan wel dat je hun producten gaat promoten. Ik heb maar één endorsement. Met Ernie Ball. Zij leveren mij snaren en plectrums. Ik vind de snaren van Ernie Ball bijzonder fijn om op te spelen en in ruil voor hun steun vermeld ik hun medewerking op de hoezen van mijn cd's. Er is tussen mij en hun wederzijds respect, ik hou van hun snaren en ze intimideren mij niet met allerlei voorwaarden.”

Er is nog een andere reden waarom Tony Spinner endorsements niet ziet zitten. “Ik hou van oude versterkers en oude gitaren. De meeste nieuwe versterkers en gitaren worden gemaakt om omzet te genereren. Ze zijn goedkoop in prijs en slecht van kwaliteit. Die spullen houden het niet lang vol op tournee. En er bestaat geen endorsement met vintage apparatuur.” Tony lacht erbij maar is oprecht in zijn opvattingen. “Ik heb een Fender versterker die gebouwd is in China. Het is troep. Ik heb er vaak storingen mee en hij klinkt slecht.”

Vintage kapitaal

“In de jaren vijftig en zestig werden instrumenten en apparatuur met zorg en een zekere trots gebouwd. Dat garandeerde bijna als vanzelf de kwaliteit. Zowel van het product als het geluid. Daarom hou ik van instrumenten en apparatuur uit die periode. In de tientallen jaren daarna, tot op de dag vandaag is het bergafwaarts gegaan met de kwaliteit, door goedkoper te produceren en de jacht op meer en meer omzet. Jongeren komen vaak op mij af met de vraag hoe het kan dat mijn spullen zo goed klinken. Mijn antwoord is dan: omdat het in de jaren zestig is gebouwd. Maar eigenlijk is het triest. Kijk, de speciale custom uitvoeringen van Fender en Gibson zijn niet eens zo slecht maar de prijzen rijzen buitensporig de pan uit. Een goede Gibson Les Paul kost bijvoorbeeld zesduizend dollar. Belachelijk. Eigenlijk zou die maar duizend dollar moeten kosten, zodat getalenteerde muzikanten in staat zijn om zo'n goed instrument aan te kunnen schaffen. Wat je nu vaak ziet is dat iemand met veel geld, zonder dat ie kan spelen, zo'n dure gitaar koopt. Zodat ie kan zeggen ‘Kijk eens wat ik hèb.’ En dat gaat ook zeker op voor de hele zeldzame gitaren. Die worden op die manier aan de markt ontrokken en in zekere zin ‘gegijzeld’. Zo worden mensen die echt kunnen spelen in feite benadeeld omdat ze zich deze kwaliteitsinstrumenten niet kunnen veroorloven. Dat is spijtig, maar zo zit wereld tegenwoordig in elkaar.”

Tony Spinner

Zelf ontdekken

Zit muzikaliteit in Tony's familie? “Mijn opa, van mijn vader's kant, zong, speelde mondharmonica en accordeon. Helaas heb ik hem nooit gekend want hij overleed voordat ik geboren was. Mijn ouders luisterden veel naar muziek. Mijn vader bijvoorbeeld hield van de jaren vijftig rock. Chuck Berry, Little Richard. En daar hield ik ook van. Mijn moeder keek regelmatig naar TV shows van Tom Jones. En Tom Jones is een échte zanger. Daarnaast groeide ik op met de TV shows van onder andere Johnny Cash en Sonny en Cher. Mijn liefde voor muziek is dus al jong ontstaan. Voetballen deed je samen met je vriendjes, maar al snel zat ik, in mijn eentje, naar muziek te luisteren uit een klein transistor radiootje.”

“Nou hadden we thuis een piano staan. Mijn zuster speelde piano en zat op les. Dus ik ging ook op les. En al tijdens de eerste les liet de pianolerares mij zien en horen hoe je een toonladder moest spelen. Maar dat zag ik niet zitten. Ik wilde Fats Domino, Chuck Berry en Little Richard horen. Dus ik vroeg haar of zij mij die muziek kon voorspelen want dat wilde ik leren! Maar het antwoord was nee. ‘We gaan je accoorden en toonladders leren voor klassieke muziek’. Dus ik zei ‘No thanks!’ en begon mijzelf die muziek aan te leren door naar de platen te luisteren. Later kreeg mijn zus een gitaar en ging ik daarvoor ook op les. Maar dat was van hetzelfde laken en pak als bij de pianolerares dus zei ik opnieuw ‘No thanks!’ en leerde mijzelf wegwijs te worden op de gitaar.”

Toto

Als achtjarig jochie besloot Tony dat hij zelf muziek maken wel leuk vond. Op zijn veertiende kreeg hij ook echt een doel voor ogen welke muzikale richting hij wilde opgaan. Een muzikale richting die later onderbroken werd door Toto. “Wanneer ik aan het optreden ben in een club kan ik altijd aan de blik van mensen die op mij afkomen zien of ze Toto fan zijn. Ze kijken mij dan met bewondering aan en stamelen zoiets als ‘Wauw, jij speelde bij Toto, mag ik je aanraken?’ Terwijl ik iets heb van niemand is meer of minder dan ik of iemand anders. Ik ben maar gewoon een muzikant. Zij idealiseren iemand, plaatsen hem of haar op een voetstuk.” Tony vervolgt lachend: “Hoewel ik eerlijk moet toegeven dat ik mijzelf daar ook wel schuldig aan had kunnen maken. Als Jimi Hendrix plotseling uit zijn graf zou opstaan en hier aan tafel plaats nam, zou ik ook bloednerveus zijn, hem met grote ogen aanstaren en vragen of ik zijn handen mocht aanraken.” Om er meteen met een glimlach aan toe te voegen: “...vroeger dan hè, nu ik volwassen ben niet meer.”

“Maar om op Toto terug te komen, dat was eerlijk gezegd gewoon een baan. In die tijd had ik niet veel werk. Ik speelde met een bluesband op Beale Street in Memphis. En de verdiensten liepen terug. We kregen te maken met een nieuwe generatie mensen. Mensen die keken naar muziek en niet luisterden naar muziek. Men zocht meer entertainment verzorgd door DJ's en acts met dansers en danseressen die stonden te playbacken. Voor live bands werd het dus een stuk moeilijker om geld te verdienen. In die tijd kreeg ik een telefoontje van mijn vriend, een sessiondrummer in Nashville. Tijdens een sessie speelde hij met een band waarvan de manager ook de manager was van Toto. Die vertelde dat Toto op zoek was naar een achtergrond zanger. Mijn antwoord aan mijn vriend was ‘En...?’”

De vriend maakte duidelijk dat hij vond dat Tony met zijn stem een kans maakte. Bovendien was het ook een mooie gelegenheid om contacten op te doen, waar Tony in de toekomst iets aan zou kunnen hebben. “Maar de muziek van Toto sprak mij helemaal niet aan. Ik hield veel meer van de vroege rock en blues. Ik wist niet veel van Toto af, behalve dan dat het erg goede muzikanten waren. Maar ze speelden popmuziek en die richting had mijn interesse niet. Enige tijd later kreeg ik een telefoontje van Martin, de manager: ‘Je vriend zegt dat je kunt zingen, waarom probeer je het niet? Je krijgt een gratis trip naar Los Angeles, je ontmoet de band, je kunt kijken hoe ze repeteren.’ Omdat ik niets te verliezen had besloot ik om te gaan en auditie te doen. Gewoon voor de ervaring. Punt was alleen dat de band, na afloop van de repetitie, het wel met mij zag zitten met als achtergrond zanger.”

“Steve Lukather bevestigde dat ik was aangenomen. Mijn antwoord was dat ik eerst wilde overleggen met mijn vrouw en ik was wel benieuwd wat het financiëel zou opleveren. Waarop Steve onmiddelijk vertelde dat ze goed voor mij zouden zorgen. In eerste instantie ging het om een tour van zes weken. Daar had mijn vrouw geen problemen mee. En ik vond zes weken ook wel te overzien. Maar aan het einde van de zes weken kwam Martin, de manager op mij af met de boodschap dat er vier weken achteraan kwamen. En daarop tien weken. Zo ging het maar door. En telkens wanneer ik op het punt stond om afscheid te nemen - ik moest ondertussen klussen afzeggen en wilde mijn eigen band niet kwijtraken - boden ze meer geld en betere voorwaarden.”

“Ineens realiseerde ik mij dat ik mijn hele leven gewerkt had in de muziek en daar niet al teveel mee had verdiend. Mijn vrouw had een baan en werkte hard, dit was mijn kans, en wellicht de enige echte kans om serieus geld te verdienen. Daartoe voelde ik mij, zeker voor haar, wel verplicht. En we besloten om wat we verdienden in ons huis te investeren. Toen, en zeker ook achteraf bekeken, is het de moeite meer dan waard geweest. Ik heb heel veel geleerd op muziekgebied, op zakelijk gebied en heb veel mensenkennis opgedaan. Je moet je voorstellen, ik had nog nooit twaalf uur achter elkaar in een tourbus gezeten, laat staan met al die verschillende karakters bij elkaar. Ik heb echt moeten leren omgaan met zoveel verschillende mensen.”

Tony Spinner

Oprecht

“Ik ben namelijk van mijzelf een nogal teruggetrokken persoon. Ik heb veel kennissen, en maar een paar echte vrienden. Ik hou niet van personen die zich anders voordoen dan ze zijn. Die je willen gebruiken of proberen te manipuleren. En geloof me daar lopen er heel wat van rond buiten. Helemaal in de muziekbusiness. Ik zit hier nu open en eerlijk met jou te praten en we hebben een fijn gesprek. Maar zodra ik in een ruimte kom waar ik merk dat mensen het doel hebben om druk op je uit te oefenen omdat ze iets van je willen dan haak ik af. Het leven is te kort om je ongemakkelijk te voelen, weet ik nu. Dus dat probeer ik dan ook te vermijden.”

Uiteindelijk speelt Tony Spinner bijna 10 jaar in Toto maar daar beleefde hij lang niet altijd plezier aan. Mensen kunnen daar verbaasd op reageren. Deel uitmaken van een wereldband en het dan niet naar je zin hebben. “In Toto was ik een achtergrondzanger. Maar ik ben gitarist. En daar was binnen deze band geen ruimte voor. Nogmaals, Toto heeft mij veel gebracht maar ik ben heel tevreden met waar ik nu sta. Gitaarspelen, zingen, componeren en cd's uitbrengen met mijn eigen band.”

Eigen richting

Luisterend naar het materiaal wat Tony Spinner zelf heeft uitgebracht komt het beeld naar voren van een muzikant wiens glas half vol is. In tegenstelling tot veel bluesmuzikanten die aan de donkere kant van de maan zitten te spelen en daar nooit vandaan raken. “Negatief om het negatief zijn vind ik onzinnig” aldus Tony. “Ik heb depressieve mensen genoeg meegemaakt in mijn omgeving. Mensen met veel geld die diep ongelukkig waren. En ik vroeg me altijd af waarom? Omdat ik veel in aanraking kwam met dat soort negativisme merkte ik dat ik dat begon over te nemen. Tot het moment dat ik mijn vrouw ontmoette. Zij is een positief ingesteld mens en liet mij mijn eigen geluk weer vinden. Voor mij is dat ongelooflijk belangrijk en dat gevoel kun je zeker terughoren in mijn muziek.”

Naar Europa

Sinds 2004 tourt Tony door jaarlijks door Europa. Thuis gaat alles gewoon door. “Wanneer ik acht tot tien weken op tournee ben betekent dat voor voor mijn vrouw extra werk. We hebben wat land en dieren te verzorgen. Bovendien zijn we graag in elkaars gezelschap en vinden het niet zo prettig om niet samen te zijn. Het is een lange periode van huis, maar voor mij noodzakelijk om te doen. Ik kan niet overleven in Amerika met muziek maken. Er is daar geen vraag naar datgene wat ik doe. In Europa wel. Dus door hier te spelen verdien ik geld voor ons om de rest van het jaar vol te maken. En het mag dan niet veel geld zijn, het is wel voldoende.”

De Tony Spinner Band kent al jaren dezelfde bezetting. En dat heeft volgens Tony niet alleen met loyaliteit te maken. “Die jongens zijn normaal en betrouwbaar. Staan met beide benen op de grond. Daar kan ik probleemloos mee op pad. Ik heb te maken gehad met steengoede muzikanten die onbetrouwbaar waren, een drugs- of alcoholverslaving hadden of gewoon knettergek zijn. En dat waren musici die ver boven mijn muzikale niveau zaten. Leden van beroemde bands die zich ongelukkig voelden en beroerd wanneer ze op tournee waren, en zich te buiten gingen aan drugs en alcohol. Alleen maar om de, door hun zelf veroorzaakte, problemen te vergeten. Geloof me, er zijn andere manieren om daarmee om te gaan zonder jezelf ten gronde te richten. Dus ik begrijp niet waarom die gasten zelfdestructief zijn. Het levert niets op behalve meer ellende.”

Diverse stijlen

Tony voelt zich op zijn gemak met Michel en Alex. “Zij kunnen improviseren. Ik ken hele goede muzikanten maar die beperken zich tot het spelen in één stijl. Met deze band spelen we rock, funk, pop, alle stijlen door elkaar, soms zelfs celtisch. Ik hou van muzikanten die al deze stijlen moeiteloos aankunnen. Daardoor kan het gebeuren dat bezoekers iets anders voorgeschoteld krijgen dan ze hadden verwacht. Ze willen boogie woogie, rock en roll en krijgen vervolgens een mix van al die zojuist genoemde stijlen te horen. Daar raken ze van in de war. Maar ik weiger om maar één stijl te spelen. Daarom is er in Amerika geen markt voor de manier waarop ik muziek wil maken. De mensen die mij aan werk zouden kunnen helpen willen dat ik me beperk tot het spelen van één muziekstijl. Als ik bijvoorbeeld alleen maar blues zou spelen had ik continu werk. Dat is niet mijn ding. Als je je zou beperken tot één stijl, om het even welke, verouderd wat je doet razend snel. Dan val je in herhaling en is het lastig om te vernieuwen.”

“Maar, zo denk ik er persoonlijk over. Andere musici spelen avond aan avond blues en hebben de tijd van hun leven. Prima hoor, ik oordeel niet. Maar ik kan wat muziek maken betreft alleen van mijzelf uitgaan. Drie echte blues nummers over een hele avond is voor mij genoeg. Ik hou bijvoorbeeld enorm van Stevie Ray Vaughn. Hij was in mijn ogen een rock muzikant die zijn muziek speelde binnen een bluesformat. De laatste keer dat ik hem zag spelen was in Memphis. Maar ik verliet het concert vroegtijdig. Het was absoluut goed, tot een zeker punt. Daarna miste ik de variatie in de gespeelde stukken en besloot niet langer te blijven. Dat vind ik dan echt zonde. Helaas is hij in datzelfde jaar verongelukt.”

“Verbreed altijd je horizon is mijn antwoord als ik opmerkingen krijg over de variatie in mijn spel. Wellicht hoor je muziek waarvan je niet eens wist dat je het kunt waarderen. Veel mensen hebben oogkleppen op en staan niet open voor nieuwe dingen op hun weg. Maar zo zit de wereld grotendeels in elkaar.”

“Heel vroeger had ik dat ook. Er ging volgens mij niets boven rock en roll uit de jaren vijftig. Totdat ik Jimi Hendrix hoorde. Dat was voor mij een openbaring en maakte mij nieuwsgierig. Niet lang daarna maakte ik kennis met de muziek van Johnny Winter. Via hem heb ik mij verdiept in de oude blues van Muddy Waters en Lightnin Hopkins. En het is belangrijk dat je open blijft staan voor nieuwe invloeden. Het grootste gedeelte van het publiek, in al die verschillende landen, staat gelukkig open voor de gevarieerdheid die wij brengen met onze muziek. Reacties zijn opgetogen en de mensen zijn enthousiast.”

“Ook steeds meer jongeren die met muziek bezig zijn raken geinspireerd als ze ons horen spelen en komen vaak op mij af met allerlei vragen over hoe wij samenspelen. De kracht zit er in dàt wij samenspelen. Ik heb ook in bands gezeten waar ieder zijn eigen stukje speelde maar van samenspelen en werken was geen sprake. Daar vind ik niets aan. Het is juist de interactie met elkaar die zo inspirerend is en veel energie geeft. En ik vind het leuk dat jongeren dat oppikken als ze naar ons komen luisteren. We hebben ook geen setlijsten. We spelen met songlijsten. Op die manier kan ik tijdens het spelen invulling geven aan hoe ik mij voel. Daardoor is elk optreden anders en dat houdt ons fris en scherp.”

Tony Spinner

Bagage

Terwijl een serveerster luidkeels aankondigt dat ze nu een tosti ham/ kaas op tafel zet, komt het gesprek op jong talent. Kids die hun instrument bijna virtuoos en schijnbaar achteloos bespelen. Maar vertellen ze ook iets? “Ik hoor ook het nodige voorbij komen, maar kan in alle eerlijkheid niet één jong persoon noemen die mij weet te raken wanneer ze de blues spelen. Er is wel een groot verschil met vroeger. Het enorme media-aanbod van nu hadden wij niet. Je kocht een plaat van je favoriete muiek en al luisterend probeerde je er achter te komen hoe er gespeeld werd. Tegenwoordig kun je via internet en sateliet TV allerlei bands zien en horen spelen. Maar die jonge kids hebben de bagage niet. Je kunt gewoon niet spelen over datgene wat je nooit hebt meegemaakt. De enige die mij in positieve zin heeft weten te raken is Derek Trucks. Op veertienjarige leeftijd speelde hij al oprecht en vanuit zijn hart. Maar er zijn er veel die in patroontjes spelen, via de platgelopen paadjes met veel vervorming, en zichzelf een bluesmuzikant noemen. Vreselijk vind ik dat. Voor mij is dat gewoon rockmuziek en nog op een laag niveau ook.”

Betrokken

Tony heeft een duidelijk beeld van zichzelf en de persoon die hij is. Daar probeert hij ook naar te leven. “Er zijn zoveel echt schrijnende zaken gaande in de wereld die niet de aandacht krijgen die ze verdienen. Nee, de grootste schreeuwers met marketingmanagers, ruime budgetten en zaakwaarnemers krijgen de aandacht terwijl ze alleen maar rotzooi promoten. Dat frustreert me want ik wil mensen kunnen helpen. Omdat ik echt denk dat we met zijn allen hier zijn om te leren en onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad, gelukkig en ongelukkig, kwaliteit en rotzooi.”

“De wereld is mijn ogen onze speeltuin, een tussenstation. Geen idee waar we later terechtkomen, maar zo zie ik dat. Ik heb de afgelopen twintig jaar regelmatig nagedacht over de reden waarom ik op aarde rondloop. Terugkijkend kan ik zeggen dat ik me altijd heb verzet tegen het opvolgen van regels. En dan met name regels die in mijn ogen nergens op sloegen. Dat begon al op de kleuterschool. Daar probeerden ze mij te verwijderen omdat ik als klein kind al vraagtekens plaatste bij regeltjes. Zei de leraar dat het tijd was om een uurtje te gaan slapen, dan vroeg ik waarom. ‘Omdat dàt de regels zijn’ luidde dan het antwoord. ‘Maar ik ben niet moe dus hoef niet te slapen’ reageerde ik dan. Meteen werd er op strengere toon duidelijk gemaakt dat ik móest slapen. Regels waren regels en hij was de baas. Knappe jongen die mij zonder aanwijsbare reden aan het slapen krijgt terwijl ik dat niet wil. Dus belandde ik regelmatig in het kantoor van het hoofd van de school, samen met mijn ouders. Ik stelde vragen bij regels.”

“Waarom moesten er regels zijn? Oprechtheid in je manier van denken, onderscheid kunnen maken tussen goede en slechte zaken, dat moet duidelijk zijn in je eigen hoofd. Daar hoeven geen regels voor te worden opgesteld door een ander. Heel veel mensen ‘slapen’ als het ware. Denken zelf niet meer na. Volgen de ‘regels’. Dat is de reden waarom ik rondloop. Niet alleen voor de muziek maar ook om een voorbeeld te kunnen zijn voor mensen die open staan om hun eigen pad te gaan volgen. Wordt wakker, kijk om je heen, leef nu! Kijk niet constant naar je verleden, denkt niet van 'over een paar jaar'. Alles gebeurt nú. Voor mij is het duidelijk, maar voor veel mensen geldt dat ze ongelukkig zijn omdat ze niet leven.”

“Als ik geen muziek zou maken dan zou ik mensen dat wel willen meegeven. En niet als een priester. Zeer zeker niet. Ik heb helemaal niets met religie. Dat is een uitvinding van de mens. Voor mij draait het om het diepste gevoel in je hart en wat je daar mee doet. Dat zou je kompas moeten zijn. En niet al die regels die anderen aan je opdringen zodat ze controle en macht op je kunnen uitoefenen.”

Voor Tony geldt dat hij in vrijheid met gevoel en plezier wil spelen. “When you open up and like what we do than that's great!”
19x19
blackpixel
19x19
Tony Spinner
19x19
   
white line

© 2018 De Rijdende Slager - Bluesgate | All logos are used with permission of the performing musicians | Webdesign Lackthose Brothers