Bluesgate
HOME | INTERVIEWS | WORKBENCH | ARCHIVES | PIGNOSE LINKS | INFO
Interview Jan Akkerman

INTERVIEW | Jan Akkerman - Authenticiteit kun je niet kopen of instuderen...

Tekst: Jan Blaauw

Terwijl de Duitsers vertrekken uit Amsterdam wordt langzaamaan duidelijk dat vele Joodse gezinnen nooit meer zullen terugkeren. Ze zijn vermoord. Waar eens de kinderen zorgeloos op straat speelden, zijn de lege huizen stille getuigen van een tragedie, waarvan de impact tot aan vandaag voelbaar is. Zelfs de wederopbouw periode kon dat niet of nauwelijks verhullen. Het is eind 1946 wanneer Jan Akkerman, in die onzekere tijden, zijn eerste levenslicht ziet.

Wederopbouw

"Ik ben middenin de oude jodenbuurt geboren. Onbewust heeft alles wat zich daar heeft afgespeeld een grote rol gespeeld in mijn jeugd. Mijn vader had een handel in oude metalen bij het Waterlooplein. Al zijn vrienden waren jodenmensen. Dus ja, zeg het maar... Een hoop mensen zijn weggebleven. Althans, waar je later dan verhalen over hoorde, en die er niet meer waren. Wat ik mij in die periode, als nasleep van de oorlog, nog wel kan herinneren zijn de vele vliegtuigen, die als grote zilveren vogels over Amsterdam vlogen. Een luchtbrug op weg naar het Oostblok die voedsel en kleding brachten naar de Berlijnse bevolking, die omsingeld waren door de Russen. Om later gevangen gezet te worden door 'die Mauer', hou op alsjeblieft..."

"Ondanks de opbouw, bekroop mij zo af en toe ook de angst. Ik zat op de Prinses Irene kleuterschool aan de Nieuwe Schans. Speelde je in de zandbak met andere kindertjes van Joodse komaf, Chiel van Praag zat in mijn groepje, en dan zag je die dingen overkomen. Ook al had je dan zelf de oorlog niet bewust meegemaakt, je voelde de spanning. Ik schijn regelmatig in mijn moeders rokken te hebben gehangen van 'Ma, komt er straks wéér oorlog?' Toen ik ouder was speelde ik op alle Poerim feesten, vanwege mijn Joodse vrienden. In De Karseboom in Hilversum bijvoorbeeld. Altijd Joodse drummers gehad. Pierre (van der Linden), Sydney Wachtel, Moos Polak - drummer in onder andere The Friendship Sextet. Ik zal zo'n jaar of elf, twaalf zijn geweest. De gevolgen van de oorlog zijn altijd op de achtergrond aanwezig geweest. Het heeft er in sterke mate aan bijgedragen dat ik later mijn eigen richting wilde bepalen en niet achter iemand aan wilde lopen."

Accordeon

Jan zijn eerste instrument was een knoppenaccordeon. "Vier jaar was ik toen ik er een kreeg. Mijn grootouders die Argentijnse tango's draaiden, mijn moeder die heel veel naar Franse chansons luisterde van Rina Getty, Édith Piaf. Maar ook veel opera dingen die tijdens de accordeonlessen werden gespeeld. Stukken als 'Cavalleria rusticana', later nog gebruikt in The Godfather. Over blues gesproken, zo! Tranen met tuiten. Het 'Slavenkoor' van Nabucco, dat soort muziek. Ik kreeg dus een hele brede ondergrond. Maar ook door muziek van Tante Leen, Johnny Meijer. En Mahalia Jackson. Prachtig! Nog steeds. Heb laatst met de Heritage Blues Orchestra in Tilburg gespeeld. Ik had één voorwaarde. Dat ze 'Didn't it rain' van Mahalia zouden spelen. Vijfenzestig jaar zitten wachten tot iemand het kon spelen. Want je hoort al die zogenaamde bluesgekken voorbij komen, Clapton noem maar op, dit soort stukken hoor je nooit. En blues die uit gospel voortkomt vind ik mooi. Geloof heeft de mooiste dingen voortgebracht maar ook de slechtste trouwens. Vind religie wel een leuke optie maar eerst zien en dan..."

"Gewoon het walletje bij het schuurtje en de kerk in het midden. Je moet niet vergeten dat er op de kerktorens altijd een grote haan staat die met alle winden meedraait. Net zoals er beneden wordt gedraaid en gelogen. Dus geloof voor mij? Haha, ik hou dat nog een tijdje in beraad."

Gitaar in beeld

"Ik zat in het accordeonorkest van Fred Roozendaal. Van hem kreeg ik les op de Nieuwendijk, tegenover Tante Leen. Dat was bij De Vreng - Muziekinstrumenten. Daar zag ik ook een van de eerste Gibson gitaren in de etalage hangen. En, eind jaren vijftig, kwamen De Tielman Brothers in beeld. Zag ze spelen op tv in het Atomium in Brussel, in zwart-wit nog. Ik was verkocht. En ik kwam over de vloer in het zigeunerkamp in Halfweg. Kreeg ik les van Taplo uit het zigeunerorkest van Tata Mirando (en die net als de vader van Jan in de handel zat). Daar kwam Django Reinhardt voorbij zeilen en toen was het helemaal raak natuurlijk. Ik herinner mij dat ik als jochie van veertien in Wassenaar, in de Oude Deijl voor het podium werd neergezet waar het voltallige orkest van Tata Mirando stond te spelen. En dan verdwenen er weer een paar van het podium om achter het gebouw met mijn ouwe heer te handelen in van alles en nog wat. Maar de zigeunermuziek heeft mij vanaf de eerste tel geboeid."

"De gitaar heeft voor mij altijd een soort vrijheid betekend, wat op zichzelf gelimiteerd is, maar dat maakt mij niet uit. Ik kan er mee leven. De allereerste keer dat ik een gitaar vasthield, moest ik huilen. Janken. Ik zag in één keer mijn toekomst voor me, bij wijze van spreken. Dat is toch maf? Het is ook hét instrument van de twintigste eeuw geweest, en nog. Ik wilde dat ding veroveren, pakken. Van mijn ouders mocht ik geen gitaar spelen, die hadden net voor veertien meier een nieuwe knoppenaccordeon gekocht. Dat was echt een hele hoop geld. Ik kreeg toen les van De Smid, op de hoek van de Raamgracht in een keldertje, en die had een gitaar. Daar heb ik mijn eerste accoorden geleerd. Het bloed zat op een gegeven moment op de klankkast. Speelde mijn handen stuk. Zo fanatiek was ik."

Jan Akkerman

"Samen met een vriendje zag ik op het Waterlooplein een akoestische gitaar liggen. Te koop voor een joet (tien gulden). Van waaibomenhout, weet je wel? Ik dat ding gekocht. Kaal gekrabt, geel geschilderd en met een brandende kaars tijgerstrepen maken op de hals. Mijn vader zag toen wel in dat hij het schip toch niet meer kon keren en dacht bij zichzelf beter ten halve gekeerd en dan ten hele verdwaald, hahaha. Hij kocht toen van mijn oom, die woonde in de Czaar Peterstraat, een Roger gitaar van Duitse makelij uit Berlijn. Echt een prachtige jazz gitaar. Overigens speel ik nog regelmatig op gitaren van dit merk. Briljante kwaliteit. Zat ook geen pen in de hals, maar houtstrippen die aan elkaar gelijmd waren tegen het kromtrekken. Maar goed, dat moment vergeet ik nooit meer. Ik liet die gitaar niet meer los. Dag en nacht bezig met spelen."

ULO, Gymnasium, Conservatorium

De schooltijd van Jan Akkerman verliep nogal ongewoon. Een voorval op de toenmalige ULO staat hem nog helder voor de geest. "Tijdens eens geschiedenisles vroeg een leraar 'En Jan, vertel eens iets over de oude Grieken?' Mijn antwoord was 'Ze benne allemaal dood meneer!' Kreeg ik een klap voor mijn harses. Heb die kerel het hele hok doorgerost van 'wat mot jij nou?' en kon meteen vertrekken. Van school af. Op mijn dertiende..."

"Tja, die ULO. Daar zat Rob de Nijs ook op. Toen liep ie al met een heel klein stalen brilletje en een Sherlock Holmes petje op. Droeg een Italiaanse witte regenjas... Had waarschijnlijk een boekie van Sartre gelezen of zo. Enfin, mijn vader had kennelijk een vooruitziende blik want ik wilde naar het conservatorium. Dat had ie goed begrepen en goed gehoord. Maar ik moest wel een hogere vooropleiding afronden voordat ik aan het conservatorium kon beginnen. Mijn ouwe heer heeft mij toen naar een privé-school gestuurd in de Jan Luijkenstraat, achter de PC Hooftstraat. Met een vrijbrief dat als het kreng lastig was, ze mij mochten aanpakken. Belachelijk, maar goed... Betekende dus vijf jaar Gymnasium bèta doen in drie jaar. Dat heb ik toen op de een of andere manier gerooid. Ik heb daarna auditie gedaan bij directeur van Rooijen van het Sweelinck en werd toegelaten. Daar bovenop kreeg ik een studiebeurs van dertigduizend gulden per jaar en een privé-leraar aangewezen. Solfège moeten leren, van bladpapier leren lezen en zingen. Hoe ik daar doorheen gekomen ben is mij nog een godsgeslagen raadsel. Maar toen ik eenmaal op dat conservatorium zat viel mij op dat ze daar allemaal een bril ophadden. Ik bedoel als je tien centimeter van een koe afstaat zie je ook niet dat het een koe is, toch?"

R&B

"Ik koester de kennis die ik heb en ben altijd bezig geweest met het verfijnen daarvan. Tuurlijk hield ik van Rock and Roll. Dat speelde ik in mijn eerste bandjes. Of R&B was het eigenlijk. Mijn mede bandleden waren een jaar of vijf zesentwintig, met op drums Moos Polak, die was de oudste en ik was de jongste met mijn twaalf jaar. Ik kreeg toen nog een beetje bijles van Wim Hoekstra, die was ook gitarist bij Little Henny and the Shakin' Boys. Rock and Roll dingen, Elvis stukken. Maar mijn eerste echte lick was van Fats Domino 'I want to walk you home' en dat was R&B. En R&B heb ik altijd het leukste gevonden. Hardcore blues heb ik nooit zoveel om gegeven. Of het moest de richting van de Jazz opgaan."

"Hardcore blues spelen en dan met twee punaises in je ogen, verongelijkte blik, zo'n vliegeniers blik... Iedereen mag doen waar ie zin in heeft, prima, maar ik kom niet uit de Delta van de Mississippi. Ik kom uit de achterbuurten van Amsterdam, de hoerenbuurt. Zit ook een hoop blues hoor, daar niet van. R&B vond ik veel leuker dan klassieke muziek. Puur klassiek kan ik niet naar luisteren. Ik ga ook nooit naar concerten. Heb het na vijf minuten wel gehoord. Weet ik hoe de rest van de avond verloopt. 'Heeft een schaap schaamhaar? Overal, behalve op zijn oren! Dan ben ik weg. Dat heb ik ook met veel gitaristen. Kijk, je kan een aap op een typemachine loslaten. En dan kan ie snel of langzaam typen, het boek wat eruit voortkomt is al bekend. Onleesbaar en dus strontvervelend. Ik denk dat dat het is. Ik wil mij niet vervelen. En dat heb ik met zigeunerorkesten dus niet. Daar zou ik mijn hele leven naar kunnen luisteren. Ze spelen met passie, techniek. De ene inval na de andere, fantastisch. Zo is mijn stijl van spelen, die ikzelf ontwikkeld heb, heel compatible met andere vormen van muziek. Uiteindelijk is daar ook het hele Focus gebeuren op gestoeld geweest."

Brainbox en Focus

Terwijl de regen inmiddels met bakken neervalt zitten Jan en ik droog onder een afdak van het terras. Grote zwarte kist voor zijn neus met teveel smaken aan thee, de bediening nog naroepend 'en twee extra suiker!', gaat het gesprek verder over zijn twee bekendste bands. "Ik ben Focus begonnen nadat ik uit Brainbox was geschopt. Ik had namelijk geen zin om op de keien te staan. Maar Brainbox was mijn favoriete bandje. Vandaar dat ik nu met 'My Brainbox' op pad ga. Met dezelfde stukken als toen want ik heb nooit de kans gehad om ze te spelen. Terwijl ik ze wel had bedacht, gearrangeerd, etcetera. Vond en vind de muziek van Brainbox veel creatiever dan Focus. Focus zat technisch veel moeilijker in elkaar. Maar ach, wat is moeilijk? Ik vond het helemaal niet moeilijk. In Brainbox wilde Kaz Lux zijn eigen vriendjes binnen halen. John Schuursma stond al, toen het cluppie net was begonnen, te rammelen aan de poort. En Kaz maar roepen dat Brainbox zijn bandje was. Mijn reactie was 'Jouw bandje? Er is niks van jou bij, aap!' Maar hij heeft het toch weten te bewerkstelligen samen met Rudy de Queljoe."

Jan Akkerman

"Pierre van der Linden is toen nog een tijdje blijven hangen. Maar ik wist dat Pierre geilde op alles wat zogenaamd 'intellectueel' was, wat ie zelf ook is waarschijnlijk. Dus ik tegen Pierre: 'Ah man, Focus is véél beter. Daar moet je bij wezen!' Zijn komst is wel een wezenlijk onderdeel geweest van het succes. En nog. Anders was er helemaal niets meer van over. Pierre is natuurlijk een geweldige drummer. Alleen is het nu gedateerd. Maar dat ben ik ook, blijkbaar. Interesseert me geen reet. Uiteindelijk is Focus ook stuk gelopen. Door van Leer. Pure jaloezie. Zie je nu nog op zijn gezicht. Ik ben My Brainbox begonnen om mijn stukken te spelen. Er zitten blues geënte stukken bij maar ook hele experimentele stukken zoals 'Sea of delight'."

Leegmaken

Jan zijn leven draait om muziek. Maar heeft daarnaast nog een, voor hem zeer belangrijke, passie: motorrijden. Jan legt uit: "Mijn oom was oppasser in Artis en die nam mij weleens mee, 's morgens vroeg langs al die hokken. En dan zag je die beesten in gevangenschap zitten en je voelde gewoon dat dat niet klopte. Totdat je bij de zeeleeuwen kwam, helemaal achterin. Dat leken de enige beesten die nergens last van hadden omdat ze zich vrij konden bewegen in water. Zo voelt muziek ook voor mij. Niet te kanaliseren. Vrijheid. En dat geldt ook voor motorrijden. Voor mij hetzelfde. Ik vind het een zegen dat ik dat kan doen. Heerlijk, mijn hoofd leeg maken. Begon ooit met een Triumph motor en heb, toen de fabriek een aantal jaren weer werd opgestart meteen een nieuwe gekocht. Heb veel aan dat motorrijden gehad. Zeker na die Focus periode. Je valt in een zwart gat en ik wilde ook eigenlijk helemaal niet meer terug naar die handel. De vrijheid op de motor heeft mij enorm geholpen."

Verslaving

In de lange carrière van Jan Akkerman zijn er tal van voorbeelden te noemen van muzikanten die zichzelf kapot zopen of door drugsgebruik vroegtijdig aan hun einde kwamen. Ook in de directe kring rondom Jan zelf. "Mijn broer Jacob, 'Cocky' zoals we hem noemden, is ook aan een overdosis gestorven. Was een hele goede muzikant, goede drummer. Spoot zichzelf zo de vrijheid in. Op de een of andere manier was hij altijd erg jaloers, kon zijn plek niet vinden. Tweeënveertig jaar is ie geworden. Ik weet nog dat ie inviel bij Focus voor Pierre. Zaten we in Frankrijk en Pierre was ziek geworden of zoiets. Speelde hij zo mee. Maar na verloop van tijd werd ik door mijnheer van Leer voor het blok gezet. Mijn broer er uit of ik er uit. Hij vond dat er teveel 'familiebinding' was in de band. Voor mijn broertje onverteerbaar. Die wist niet wat ie er mee aan moest."

"Achteraf bekeken zat mijn broer gecompliceerd in elkaar. Alles was altijd moeilijk. Ik heb daar nooit mijn vinger achter kunnen krijgen, heb het nooit begrepen. Bij een jongen als Eelco Gelling ligt dat toch anders. Die verdiende zijn strepen in de zestiger jaren en is daarna afgegleden. Dat vind ik gewoon echt zonde. Het rare is dat hij wel heel helder blijft, helder blijft redeneren. Hij was voor mij de enige die een zinnig antwoord had op de dood van Herman Brood. Eelco zei: 'Tja, als je je zo naar buiten toe profileert dan moet je daar ook de consequenties voor nemen'. Iemand heeft ooit eens tegen mij gezegd dat intellectueel en muziek niet samen gaan. Ik begin er bijna in te geloven."

"Voor mij is gitaarspelen mijn dope. Ik had en heb maar één ding voor ogen. Heb inmiddels de pesioengerechtigde leeftijd bereikt, en ik neem de tijd. Een ernstig auto-ongeluk en twee herseninfarcten overleefd en ik ben blij dat ik er ben. En hoewel ook die ervaringen in de achtergrond meespelen moet je je daar niet door laten pakken. Zelfs niet door je eigen gitaarspel, op deze leeftijd. Ik bedenk dingen, improviseer op mijn muziek. Het is altijd vraag/ antwoord bij mij binnenin. Een soort van dialoog met jezelf. En hoe dat uitpakt hangt af van je stemming. Alles moet kloppen. Zodra er iets tegenzit, bijvoorbeeld een PA die klote is afgesteld, dan kan ik daar, terecht, vreselijk over te keer gaan. Maar kan het dan niet van mij afzetten. Daar ben ik teveel gevoelsmens voor. Dat werkt door in mijn performance."

Moeilijke jongen

Meningen over Jan Akkerman zijn behoorlijk zwart/ wit. "Ik ben ook een zwart/ wit figuur" reageert Jan. "Maar het is simpel. Als kunstenaar of artiest moet je iedere dag beslissingen nemen. Je kunt niet gaan staan twijfelen want daar wordt niemand wijzer van en ook niet gelukkiger. Dat ik arrogant zou zijn is ook een beetje door mijnheer van Leer de wereld ingeholpen. Moeilijke jongen, dat soort gelul. Wat moet ik ermee? Het sijpelt tientallen jaren door. Als mensen in die onzin geloven en niet open staan voor de andere kant, ja dan kan ik ook wel denken 'Oh, je vindt dat ik moeilijk ben? Dan kun je het krijgen ook...'"

Nieuwe technologie

"Muziek componeren op de computer. Een absolute uitkomst dat dat kan. Ben altijd geïnteresseerd geweest in techniek, breed geörienteerd. Heb je weleens gehoord van Buckminster Fuller? Da's de uitvinder van de paperclip. Een Amerikaan met duizenden patenten op zijn naam. Ze hebben het wel over Da Vinci en zo, maar deze veelzijdige man dat was pas een genie. Een hoop gitaristen zijn, daar waar het hun instrument betreft, juist behoorlijk conservatief, mag alleen maar van hout zijn. Mij maakt het niet uit. Al wordt ie gemaakt van geperste koeienstront. Als het goed klinkt, waarom niet? Ben jaren geleden ook betrokken geweest bij de ontwikkeling van een gitaar uit composiet. Ontwikkeld door Aristides Poort. Hij had al een strat model en ik heb een Les Paul model ontwikkeld, de Jakkerman. Het materiaal noemde hij Arium. Onder de naam Catalyst zijn die gitaren toen uitgebracht. Tegenwoordig zijn ze verder gegaan onder de merknaam Aristides. Per gitaar kan je dus een boom minder laten huilen, zeg maar. In de tijd van Django speelden ze ook op bakkelieten gitaren."

"Ik vind vooruitgang belangrijk. Als ik een lange reis moet maken spring ik ook niet op een paard. Dan gebruik ik een vervoermiddel uit deze tijd. In de jaren vijftig en zestig ontwierp ene Mijnheer Wandre, gitaren met een aluminium hals en kop. Echt te gek hoor. Maar niemand wilde er aan. Ik heb hem nog 'ns opgezocht in Florence met Aristides Poort. Een van de eerste ontwerpers van Davoli gitaren. Zat zelfs stof in verwerkt. Ook deze man was een veelzijdig industrieel ontwerper."

Jan Akkerman

"Ben door schade en schande ook wijzer geworden hoor, met al die nieuwe technieken. Maar ik vind het heerlijk om boven op mijn zolderkamertje te rommelen. Vaak samen met mijn jongste dochter Laurie. Die zit ook op het conservatorium en gaat daarna studeren in Engeland. Helemaal goed, de appel valt niet ver van de peer! Ik heb nog een dochter, Anne, die zeer muzikaal is en artistiek. Die zat een week op de kunstacademie toen haar verteld werd dat waar zij mee bezig was, geen droog brood mee te verdienen viel. Toen is ze zo kwaad geworden dat ze meteen is opgestapt. En tegen mij zeggen 'Pa, dat scheelt je vijfduizend euro!' Goed hè? Een scheet van een meid. Anne is misschien nog wel muzikaler dan Laurie, maar Laurie heeft ontzettend veel wilskracht. Daar zit echt een kop op. En dat is zeker zo belangrijk als het hebben van aanleg. Die twee, aanleg en wilskracht, dat zijn mijn gouden platen."

Solocarrière

De solocarrière van Jan Akkerman betekende artistieke vrijheid. De muzikanten die hem door de jaren heen hebben begeleid zijn altijd vrij geweest om met hun instrument invulling te geven op een manier waarvan zij vonden dat die het beste paste bij de stukken, maar Jan bleef de initiator. "Het is mijn bandje, het zijn mijn muziekjes. Binnen een bandsamenwerking kost het mij totaal geen moeite om compromissen te sluiten, zolang het maar intelligente compromissen zijn. Net wat ik zeg. Je gaat je toch niet beperken tot één ding? En dan maar doorgaan net zolang tot je erbij neervalt? Hou op alsjeblieft. Ik had ook net zo goed alleen de Bebop-kant op kunnen gaan. Had ik één keer in de tien jaar aan Het North Sea Jazz mogen meedoen. Is nu ook het geval, maar dat doet er niet toe. Er blijft gewoon genoeg ruimte over voor andere dingen. Daarbij kom ik uit een klein landje en ik kan het mijzelf ook niet permitteren om maar één richting op te kijken."

"Al die richtingen verkennen doe ik nog steeds. En met het grootste plezier. Maar als je de samenwerking met mij niet meer leuk vindt dan ga je toch ergens anders spelen? Ook goed. De meeste muzikanten zijn net hoeren joh. Hier drieeneenhalve meier, daar drieeneenhalve meier wegdrukken, hup klaar. Volgende. Ik ben duidelijk. Als het mij niet bevalt zeg ik het. Ik hou niet van appelmoes, ik hou van appelen. En nieuw talent dat de kop op steekt? Weet je? Authenticiteit kun je niet kopen en ook niet instuderen. Ik denk dat het zo zit..."

Meer informatie over Jan Akkerman:
Jan Akkerman official website

19x19
blackpixel
19x19
Jan Akkerman
19x19
   
white line

© 2018 De Rijdende Slager - Bluesgate | All logos are used with permission of the performing musicians | Webdesign Lackthose Brothers