Bluesgate
HOME | INTERVIEWS | WORKBENCH | ARCHIVES | PIGNOSE LINKS | INFO
Roots van de Stones

ARCHIVES | De Roots van de Stones - Deel 3

Tekst: Machgiel Bakker

In hun vroege carriere waren de Rolling Stones een pure cover band. Ze speelden een mix van Chicago blues (voornamelijk Muddy Waters), R&B (Bo Diddley) en rock ’n roll (Chuck Berry). In deze 3e blog over The Roots van The Rolling Stones gaan we in op de enorme invloed die de rock ’n roller Chuck Berry heeft gehad op het geluid van de Stones.

Zuigen en schuiven

Chuck Berry staat bekend als een van de eerste die - binnen de blues en R&B - ging soleren op basis van riffs, in plaats van op noten. Berry kon als geen ander de akkoorden op z’n gitaar heel snel heen en weer schuiven, waardoor een zeer zuigend en ritmisch effect ontstond.

Luister maar eens naar “Maybellene”, Berry’s debuut single voor Chess Records uit 1955. Het Amerikaanse vakblad Billboard rubriceerde de plaat onder “Rhythm & Blues” maar als we luisteren met de oren van nu is dit pure rock ’n roll, die een jaar vooruit liep op de explosie die Elvis Presley teweegbracht met “Heartbreak Hotel”.

De gitaarsolo die na 1:05 seconden losbarst is ongekend voor zijn tijd: op een snelle R&B beat van bas, piano en drums trekt en duwt Berry de gitaarakkoorden naar believen over de melodie. En met z’n slim gerijmde teksten over auto’s, strand en ontluikende sex, weet Berry een grote generatie Amerikaanse teenagers aan zich te binden. “Maybellene” was één van de eerste singles die in meerdere hitparades - rhythm & blues, country & western en pop - een grote hit werd.

Het jaar dat Berry debuteerde met “Maybellene” (1955), was de Amerikaanse muziek in een stroomversnelling geraakt. Mede door de groeiende populariteit van radio en de opkomst van de 45-toeren single, kreeg muziek een veel groter verspreidingsgebied. Voorheen regionale muziekstijlen als country & western, blues, gospel en boogie-woogie gingen elkaar in snel tempo beïnvloeden en er ontstond een hybride muziekvorm: de rock ’n roll.

Berry was een belangrijk vliegwiel in dit proces. Hij was het die de R&B logisch liet samensmelten met de ‘Western Swing’ - een vrolijke en dansbare variant van de country & western, die gigantisch populair was in de dertig- en veertiger jaren in Texas, Californie en Oklahoma.

Roots van de Stones

De Western Swing van Ida Red

En “Maybellene" is duidelijk gemodeleerd naar “Ida Red”, een Western Swing hit uit 1938, van Bob Wills & The Texas Playboys. Vrolijke violen, lollig gezongen voordrachten en dan ineens zeer swingende (steel) gitaar- en trompet solo’s. Naar de huidige maatstaven klinkt dit misschien wat nuffig, maar het vakmanschap is enorm en alles staat in het teken van de swing.

Chuck Berry zong “Ida Red” vaak in, wat hij noemde, de “salt and pepper” clubs, plekken waar zowel blanken als zwarten samenkwamen. Hij nam op aanraden van Muddy Waters een demo mee naar Chess Records met zijn R&B-versie van “Ida Red”, die hij “Ida May” had genoemd.

Platenbaas Leonard Chess was erg gecharmeerd van “Ida May” en van het feit dat een blanke ‘hillbilly’ song gezongen werd door een zwarte man. Hij veranderde de titel van “Ida May” naar “Maybellene” en vond dat Berry wel een wat vettere sound kon gebruiken en voegde een bassist en een maracas speler (Jerome Green, van Bo Diddley) toe aan de line-up. En ook de tekst werd herschreven om beter te kunnen aansluiten bij de beleving van de teenagers van toen. Met als resultaat: een enorme hit waarvan de sporen nauwelijks meer terug waren te leiden tot “Ida Red”.

Na “Maybellene” volgden nog meer grote rock ’n roll hits voor Berry - “Roll Over Beethoven”, “Too Much Monkey Business”, “School Day”, “Rock And Roll Music”, “Sweet Little Sixteen”, “Johnny B. Goode” en “Carol” - ze stonden allen op het repertoire van vele Britse Mersey-pop en rock outfits uit de jaren ’60 - The Beatles, Gerry & The Pacemakers, The Shadows, The Animals, The Kinks en natuurlijk de Stones.

De opvallende gitaarstijl van Berry valt terug te voeren op een aantal R&B en jump ’n jive platen uit de veertig- en vijftiger-er jaren - bijvoorbeeld “Ain’t That Just Like A Woman” van Louis Jordan waarvan de openingsriff (gespeeld door gitarist Carl Hogan) duidelijke overeenkomsten vertoont met “Johnny B. Goode”. En op “Saturday Night Fish Fry, Part 1” van Louis Jordan & His Tympany Five (1949) hoor je de latere echo’s van Berry’s “Reelin' and Rockin’” terug.

Heftige gitaarlick

Een andere invloed op Berry’s gitaargeluid valt te bespeuren in T-Bone Walker’s “Mean Old World” (1942), een langzame blues die begint met een zorgvuldig opgebouwde solo die uiteindelijk uitmondt in een heftige gitaarlick op één akkoord (ong. na 50 seconden), waarop Berry zo’n tien jaar later het patent op zou hebben.

In Engeland brak Berry pas goed door in 1958 met “Sweet Little Sixteen” dat de top 20 van de charts wist te bereiken. En toen de Rolling Stones in 1962 hun eerste optreden wisten te regelen (zie vorige blog) stonden er veel nummers van Berry op hun set list.

De Stones zijn zwaar schatplichtig aan Berry, dat bewijst wel het feit dat de band maar liefst tien keer een nummer van hem heeft opgenomen (zie volledige lijst onderaan deze pagina). De Stones wisten de rock ’n roll stijl van Berry feilloos te matchen met hun andere twee roots-invloeden uit die tijd - de blues en de R&B.

“Carol” is hier een goed voorbeeld van: met de strakke riffs van Brian Jones en Keith Richards, ondersteund door extra handclaps, weten de Stones een zeer overtuigend en energetisch hitgeluid te creeëren. En “You Can’t Catch Me”, Berry’s relaas over een heel hard rijden in een “souped-up ‘air-mobile’ down the New Jersey Turnpike”, krijgt door de versie van de Stones een wat aardser en minder gehaast gevoel mee, mede door Jagger’s nausale voordracht. En 50 jaar na dato, spelen de Stones nog steeds Berry-songs tijdens hun concerten.

Roots van de Stones

Chuck Berry covers door de Stones

Come On - de debuut single van de Stones uit 1963 (origineel: 1961)

Carol - op 1e LP, “The Rolling Stones”, 1964 (© 1958)

Don’t Lie To Me - opgenomen in 1964 door de Stones maar officieel pas uitgebracht op de verzamelaar “Metamorphosis” uit 1975 (© 1961)

Bye Bye Johnny - opgenomen in 1964 en pas uitgebracht in 1972 op de verzamelaar “More Hot Rocks (Big Hits & Fazed Cookies)” (© 1960)

You Can't Catch Me - op 2e LP “The Rolling Stones, Now!” (1964) (© 1955)

Around And Around - op de 2e LP van de Stones in Amerika, “12 x 5” en ook als live opname terug te vinden op “Love You Live” uit 1977 (© 1958)

Talkin' About You - van de LP “Out Of Our Heads”, 1965 (© 1961)

Carol (live) - van de live LP “Get Yer Ya-Ya's Out!” (1969) (© 1958)

Little Queenie - ook van “Get Yer Ya-Ya's Out!” (1969) (© 1959)

Let It Rock - live opgenomen (University of Leeds, 1971) en de B-kant van de single “Brown Sugar” (© 1959)

Hieronder staan enkele YouTube links:

Bob Wills & The Texas Playboys: Ida Red
Chuck Berry: Maybellene
The Rolling Stones: Carol
Chuck Berry: Carol
Louis Jordan: Ain’t That Just Like A Woman
Chuck Berry: Johnny B. Goode
T-Bone Walker: Mean Old World

19x19
blackpixel
19x19
Radio Remember
19x19
   
white line

© 2018 De Rijdende Slager - Bluesgate | All logos are used with permission of the performing musicians | Webdesign Lackthose Brothers