Bluesgate
HOME | INTERVIEWS | WORKBENCH | ARCHIVES | PIGNOSE LINKS | INFO
Roots van de Stones

ARCHIVES | De Roots van de Stones - Deel 2

Tekst: Machgiel Bakker

De Roots van de Stones is een regelmatig terugkerende column op deze site waarin de muzikale wortels van de belangrijkste rock groep uit de zestiger jaren, de Rolling Stones, worden blootgelegd. Hoe baanbrekend de Stones ook indertijd waren, hun muziek ontstond niet temidden van een totale windstilte. De leden van de Stones werden in hun jeugd continu beïnvloed door liedjes op de radio en in films en het was vooral het fundament van de blues en R&B dat in de eerste platen van de groep duidelijk doorsijpelde.

Waar luisterden Mick Jagger, Brian Jones en Keith Richards naar toen ze jong waren? Welke platen hadden ze onder hun arm als ze gingen repeteren? Deze serie legt het allemaal bloot. The Roots van de Stones gaat terug naar het begin van de hedendaagse popmuziek en presenteert originele artiesten als Chuck Berry, Bo Diddley, Muddy Waters, Otis Redding en The Temptations, maar ook allang vergeten artiesten als Bob & Earl, Gene Allison en O.V. Wright.

De serie trekt een verrassend spoor door de geschiedenis van de hedendaagse popmuziek en presenteert een breed scala aan genres – country, blues, gospel, soul, R&R en rockabilly.

Muddy Waters - Rolling Stone

Eén akkoord waarlangs de melodie zich kronkelt:

“Well, I wished
I was a catfish
swimming in the whole deep blue sea
I would have all you goodlookin’ women
fishing
fishing after me”

Het is één van de eerste songs die Muddy Waters zichzelf had aangeleerd toen hij als puber van zeventien z’n blues ten gehore ging brengen in de kroegen rondom Clarksdale, Mississippi - 'Rolling Stone'. Een broeierige Delta blues die Waters gemodelleerd had naar 'Catfish Blues', een oeroud blues nummer uit de Mississippi Delta. Waters neemt het in 1950 op in Chicago en de Stones zouden zich 12 jaar later naar dat nummer vernoemen. Ondanks dat het maar één man is, en één gitaar, is de impact van de song enorm. Waters last korte pauzes in voordat hij de volgende regel zingt - hij laat de noot hangen - waardoor het een bedwelmende aantrekkingskracht krijgt.

Muddy Waters is samen met Howlin’ Wolf, Willie Dixon en Otis Rush de grondlegger van de Chicago Blues, de blues vorm die ontstaat in de 40-er jaren, na de massale migratie van zwarten uit de zuidelijke staten naar steden als Chicago, New Orleans, Memphis en St. Louis. In de grote steden is de vraag naar entertainment na de Tweede Wereldoorlog enorm en voor de zwarte blues artiesten uit het zuiden is er veel emplooi. De ‘urban’ blues stijl komt op: elektrisch versterkte blues muziek waarbij de gitaar de hoofdrol gaat spelen boven die van de piano en de mondharmonica. Het is ook de eerste blues muziek die blanken te horen krijgen.

Chicago Blues

Vanaf ongeveer 1948 wordt Chicago hèt centrum van de urban blues. Het merendeel van de artiesten die succesvol waren in Chicago kwamen uit Mississippi en eigenlijk is Chicago Blues een versterkte versie van de Delta Blues. De Stones waren grote fans van Waters en op hun allereerste optreden, in de Londense club The Marquee op 12 juli 1962, speelden ze '(I'm Your) Hoochie Coochie Man', een 12-bar blues die Waters in 1954 had opgenomen. In hun platencarriere hebben de Stones zes maal een blues van Waters gecovered (alleen Chuck Berry scoort beter met acht Stones-covers), maar toch berust de naamgeving niet enkel op bewondering.

Roots van de Stones

Advertentie

In de zomer van 1962 deelden Keith Richards, Mick Jagger en Brian Jones een armoedig appartement in Chelsea, in het hartje van Londen. Ze hadden de afgelopen maanden zich suf geploeterd om de blues riffs van Waters, Elmore James en Jimmy Reed onder de knie te krijgen. Toen ze eindelijk hun eerste optreden hadden weten te regelen - in de Londonse club The Marquee op 12 juli - was het zaak om een advertentie te plaatsen om dit heugelijke feit te promoten. “Bel Jazz News op”, zei Keith tegen Brian. Maar veel geld hadden ze niet voor een telefoongesprek dus toen de jounalist van dienst naar de naam van de groep vroeg die op 12 juli zou gaan optreden, raakte Brian wat in paniek en keek vertwijfeld de kamer rond, want een bandnaam daar had nog niemand over nagedacht. Er lag een Muddy Waters Best Of elpee op de grond, met als eerste nummer 'Rollin' Stone'. En aldus geschiedde. Vanaf dat moment waren ze de Rolling Stones, de heuse erfgenamen van Muddy Waters.

Toen Mick Jagger en Keith Richards eenmaal Brian Jones hadden ontmoet, begonnen de plannen om een blues band te starten vaste vormen aan te nemen. Ze hadden alledrie wat ervaring opgedaan in het jazz/ blues circuit rondom Alexis Korner, de gitarist die een sleutelrol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de blues in Engeland. Korner organiseerde, samen met Cyril Davies, vaste jazz en blues avonden in de clubs rondom Londen en zo’n beetje de hele Engelse pop muziek uit de vroeg jaren zestig heeft daar stage gelopen; muzikanten als John McVie en Peter Green (Fleetwood Mac), Ginger Baker (Cream), Eric Clapton (Yardbirds, Cream), Rod Stewart, John Mayall, John Paul Jones en Jimmy Page (Led Zeppelin), hebben allemaal op een bepaald moment deel uit gemaakt van het losvaste collectief rondom Korner, Blues Incorporated.

En de drie Stones mochten ook af en toe meespelen met Blues Incorporated. Maar alhoewel ze blij waren om af en toe op het podium te staan, was het toch niet hun scene. Daar werd de blues namelijk benaderd vanuit de folk en de country-blues, de plattelands vorm van de blues zo gezegd, en daar begonnen de heren zich aan te ergeren. “Half-folkies, half-jazz people”, noemde Keith de kliek rondom Korner. Ze probeerden de blues te benaderen als een soort van substroming vanuit de jazz, maar geloofden niet dat de rock ’n roll ook een connectie met de blues zou kunnen/ mogen hebben. Maar de Stones waren er heilig van overtuigd dat de blues een andere kant zou moeten opkijken: het moest de opwinding van de stad gaan verbeelden en het moest vooral rauw gespeeld worden. Een nieuwe energie was geboren - 'The blues had a baby and they called it rock’n roll'.

Setlist

Kort geleden is de setlist gevonden van dat allereerste optreden in de Marquee, in de archieven van pianist Ian Stewart, die een aantal jaren de Stones begeleidde. Interessant om te zien dat het niet enkel blues is op het lijstje, maar ook (redelijk obscure) soul en R&B. Behalve de vertrouwde nummers van Chuck Berry, Jimmy Reed en Elmore James (de grote held van Brian) vallen vooral de onbekende nummers op van Fats Domino, Billy Fury, Charles Smith en Billy Boy Arnold.

Een half jaar na hun debuut in de Marquee sluiten Charlie Watts en Bill Wyman zich permanent aan bij de Stones en weer drie maanden later neemt de band hun eerste demo’s op in de Londense IBC Studios. Behalve de dominantie aan Bo Diddley materiaal (zie Roots van de Stones - Deel 1) nemen ze ook een nummer van Waters op, 'I (Just) Want To Be Loved', dat twee maanden later als B-kant zou verschijnen op hun debuut single for Decca, 'Come On'. De versie van de Stones is iets meer up-tempo dan het origineel, en klinkt wat minder compact, mede door het extensieve gebruik van echo op Jagger’s vocalen.

Roots van de Stones

1964 Debuut LP

Als de band in April 1964 hun debuut elpee uitbrengen is Waters vertegenwoordigd met 'I Just Want To Make Love To You', een nummer uit 1954 waar hij begeleid wordt door misschien wel de beste Chicago blues outfit ooit: Little Walter (harmonica), Otis Spann (piano), Jimmy Rogers (gitaar), Willie Dixon (bas, en componist van het nummer) en Fred Below op drums. De sound is helder, assertief en Waters laat niets aan zijn bedoelingen over. De versie van de Stones is een stuk sneller en beïnvloed door de rumba-beats van Bo Diddley. De mondharmonica solo van Jagger is gehaast en de slaggitaren van Richards en Jones kunnen hem bijna niet bijbenen. Een wat rommelig geluid, dat niet geheel overtuigd.

Beter wordt het op hun 2e elpee, ook uit 1964, met 'I Can’t Be Satisfied'. Het was Waters’ eerste grote hit in Amerika (uit 1948) en ook hier is het de eenvoud aan instrumentarium die het hem doet: een snijdende slide van Waters enkel begeleid door een staande bas die de song vooruitstuwt.

De Stones versnellen het tempo licht, met een bescheiden drum partij van Watts en een behoorlijke slide solo van Jones. Maar Jagger klinkt nog steeds iets te bleu en ook het gebruik van echo doet hem niet goed. Het nummer is opgenomen in de befaamde Chess Studios in Chicago waar ze ook hun held Waters voor het eerst ontmoeten. Tijdens diezelfde sessies nemen ze ook 'Look What You’ve Done' op, een B-kant van een single van Waters ('Love Affair') uit 1956. In de (officiële) platencarriere van de Stones volgen nog twee covers van Waters - 'Mannish Boy' en 'Champagne & Reefer'.

Waters nam 'Mannish Boy' op in 1955 - een zinderende blues in één akkoord dat elke keer even stopt en weer begint, begeleid door enthousiaste kreten van de bandleden. Het leek echter verdacht veel op 'I’m A Man' van Bo Diddley. De rechter gaf Diddley gelijk en sindsdien prijkt zijn naam als mede-componist op het blues nummer. De Stones nemen een live versie op van 'Mannish Boy' in de club El Macambo in Toronto dat terechtkomt op hun live elpee 'Love You Live' (1977).

Champagne & Reefer is een latere track van Waters geproduceerd door de Texaanse blues gitarist Johnny Winter in 1978. De versie van Stones staat op hun live CD uit 2008, 'Shine A Light' met als speciale gast, Buddy Guy.

Hieronder staan enkele YouTube links:

Muddy Waters: Rolling' Stone
Rolling Stones: Can't be satisfied
Muddy Waters: Champagne & Reefer

Lees verder: Deel 3 - De roots van de Stones

19x19
blackpixel
19x19
Radio Remember
19x19
   
white line

© 2018 De Rijdende Slager - Bluesgate | All logos are used with permission of the performing musicians | Webdesign Lackthose Brothers